Hoeveel water moet een hond per dag drinken?
Richtlijn: ongeveer 50–70 ml water per kilogram lichaamsgewicht per dag. Dat is de totale vochtinname: drinkwater plus vocht uit voer. Bij alleen brok komt bijna alles uit de bak; bij natvoer levert het voer al een groot deel. Rekenvoorbeelden: 20 kg hond ongeveer 1000–1400 ml, 10 kg ongeveer 500–700 ml per dag.
Dit artikel geeft de concrete getallen en rekenregel. Waarom de behoefte per hond verschilt (voerwijze, omgeving) lees je in het artikel over de dagelijkse vochtbehoefte.
Richtlijn per kilogram: de getallen
50–70 ml per kg per dag is de richtlijn voor de totale vochtinname (water + vocht uit voer). Rekenvoorbeeld: 20 kg → 1000–1400 ml; 10 kg → 500–700 ml; 25 kg → 1250–1750 ml. Het zijn richtwaarden; per hond kan het iets verschillen.
Wat telt mee? Alles wat de hond binnenkrijgt: water uit de bak plus vocht in het voer. Natvoer bevat vaak 70–80% vocht; brok meestal 8–10%. Bij alleen droogvoer moet bijna alles uit de drinkbak komen—daarom drinken brok-eters meer uit de bak dan honden die veel natvoer krijgen.
Wil je weten of jouw voeding past bij je hond of kat?
In de uitgebreide voedingscheck kijk ik mee naar merk, samenstelling en portie. Je krijgt een rustige, eerlijke terugkoppeling—zonder verkoopdruk.
Start de voedingscheckRekentips: zo schat je de behoefte in
Vermenigvuldig het gewicht (in kg) met 50 en met 70. Dat geeft de onder- en bovengrens in ml per dag. Voorbeeld: 15 kg → 750–1050 ml; 22 kg → 1100–1540 ml.
- Krijgt je hond natvoer? Dan levert het voer al een deel; het vochtgehalte staat op het etiket.
- Voor een snelle check kun je tijdelijk bijhouden hoeveel je in de bak doet en wat er overblijft.
- Of je hond genoeg binnenkrijgt, beoordeel je aan signalen—zie het artikel over genoeg drinken.
Factoren die de getallen beïnvloeden
De behoefte schuift: hoger bij warmte, inspanning, alleen brok, lactatie of verlies (braken, diarree); lager bij rustige honden of veel natvoer. Gewicht zit al in de formule (ml per kg). Bij ziekte of bijzondere omstandigheden: raadpleeg een dierenarts.
Droogvoer versus natvoer: rekenkundig verschil
Bij droogvoer (8–10% vocht) komt bijna alle vocht uit de drinkbak. Bij natvoer (70–80% vocht) levert het voer al een groot deel—wat je uit de bak ziet is dan lager. Voor de totale vochtinname telt voer + drinken samen.
Praktisch: wanneer meer aanbieden?
Bij warmte, inspanning of alleen brok: zorg dat er altijd vers water staat. Bij lange wandelingen of reizen: water meenemen. Zoogperiode, braken of diarree verhogen de behoefte; een dierenarts kan zeggen of extra maatregelen nodig zijn.
Samenvatting
Richtlijn: 50–70 ml per kg per dag—totale vochtinname (drinkwater plus vocht uit voeding). Gebruik gewicht × 50 en × 70 voor een snelle schatting. De behoefte stijgt bij warmte, activiteit en bij alleen brok; bij natvoer krijgt de hond al veel vocht via het voer. Voor signalen of je hond genoeg drinkt en waarom sommige honden weinig drinken: zie de andere artikelen in dit dossier (boven aan de pagina).
